Het was een warme avond eind augustus in Tokio. Ik had de laatste trein gemist en liep door de straten, terwijl ik mijn livestream aan het opnemen was. Het was mijn nachtwerk, zoals ik het noemde: patrouilleren door de stad, kijken of er iets mis was. Ik was net langs een groepje meiden gelopen die duidelijk aan het feesten waren.

Ze zagen er jong uit, maar gedroegen zich alsof ze de wereld aankonden. “Waar denk je dat Californië ligt? ” vroeg ik aan een van hen. Ze keek me aan en zei zonder twijfel: “Brazilië.
”
Ik kon mijn lachen niet inhouden. “Californië is de beste staat in Brazilië,” zei ik tegen mijn kijkers, terwijl ik mijn hoofd schudde. De meiden waren zestien, zeventien, achttien. Ze dansten alsof er geen morgen was.
Een van hen had geen vriendje, maar er was een twintigjarige man die met haar aan het flirten was. Technisch gezien illegaal, maar ze zag er ouder uit. Iedereen zei dat ze op twintig leek. “Ze is zestien, bro,” zei ik tegen de chat.
“Maar ze ziet eruit alsof ze twintig is. ”
De meiden waren vriendelijk, maar ze waren duidelijk gewend aan het nachtleven. Ze werkten ‘s nachts, gingen niet naar school. Ik dacht bij mezelf: de wereld is hard, ze weten wat ze doen.
Het is niet mijn zaak om hen te vertellen wat ze moeten doen. Even later zag ik iemand overgeven. “Stop met drinken, mensen,” zei ik tegen de chat. “Het is overal.
”
Ik liep verder en kwam langs een groepje mensen dat me gratis Nigeriaans eten gaf. Dat was onverwacht, maar lekker. De meiden in de buurt droegen geen burka, wat opvallend was voor Tokio. Ze leken me leuk te vinden, maar ik was niet geïnteresseerd.
Ik bleef doorlopen, want ik moest een manier vinden om thuis te komen. De taxi was een optie, maar ik wilde eerst wat lopen. Ik kwam langs een heiligdom en boog respectvol. Even dacht ik aan mijn droom: ik wilde net als Michael Jackson worden.
Ik had net zijn film gezien en was diep onder de indruk. Hij had zo veel gestreden, ook met zijn jeugd. Ik probeerde een dansje te doen, maar de chat lachte me uit. “Perfecte imitatie,” zei ik, terwijl ik mijn eigen bewegingen bekeek.
“Ik ben een Jedi, vechtend tegen het kwaad. ”
De chat noemde me een superheld. Ik glimlachte. Toen ik verder liep, negeerde een auto me.
Dat was oké. Ik dacht aan hoe ik met vrouwen praatte op de stream. Ik gaf ze de kans om te praten, maar als ze die niet namen, was dat hun verlies. “Ik geef je goud, maar jij wilt het niet,” zei ik tegen de chat.
“Dat is jouw verlies. ”
Even later zag ik twee mensen voor me. Ik zei hallo, maar ze negeerden me gewoon. “Ik word genegeerd door twee ladyboys,” zei ik verbaasd.
“Nou, dat is hun verlies. ”
Ik liep verder over de brug. Het zweet stond op mijn voorhoofd, want het Nigeriaanse eten was pittig. Ik had al cola gedronken, maar ik wilde niet te veel suiker.
Ik besloot wat water te kopen, want ik moest aan mijn gezondheid denken. De nacht was kalm en rustig. Ik bleef lopen, op zoek naar een manier om thuis te komen, terwijl de stad om me heen tot rust kwam.


